Artrose in al zijn vormen

Artrose in al zijn vormen

Het risico van artrose neemt toe met de leeftijd – ongetwijfeld omdat het kraakbeen zich minder snel herstelt bij ouderen. In de volksmond wordt artrose wel eens geassocieerd met een oudere leeftijd en slijtage, alsof de persoon die te maken kreeg met deze ziekte “versleten” was. Dit strookt natuurlijk niet met de realiteit! Laat ons even de ziekte en de mogelijke behandelingen naderbij bekijken.

Wat is artrose?

Artrose is een reumatische aandoening die zich kenmerkt door de afname van de kwaliteit en de kwantiteit van het articulair kraakbeen. Dit kraakbeen fungeert als een schokdemper tussen onze botten. Er is dus met andere woorden een “wrijving” tussen onze beenderen, wat de pijn verklaart als een gewricht verplaatst wordt.

Wat is het verschil met artritis?

Artritis is het resultaat van een aanval van een aantal externe factoren: een bacteriële infectie (septische artritis), een kristallisatie (bijvoorbeeld jicht) of een steriele gewrichtsontsteking (reactieve artritis).

Anders dan bij artrose, is de pijn bij artritis heviger in rust en verbetert deze door beweging.Een bloedtest kan ook de algemene tekenen van een ontsteking aantonen (bloedbezinkingssnelheid, een verhoogde C-reactief proteïne), wat niet het geval is bij artrose.

Vanaf welke leeftijd komt artrose voor?

Artrose is een vaak voorkomende ziekte. Een kwart van de patiënten ouder dan 45 jaar en twee derde van de patiënten ouder dan 65 jaar vertonen radiologische artrose ter hoogte van de knie, meer dan de helft lijdt er ook onder. Vanaf 75 jaar vertoont zo’n 85% van de patiënten artrose in de vingers en 65% ter hoogte van de lumbale wervelkolom.

Wat zijn de sociale gevolgen van artrose?

Artrose is een slopende en dure ziekte. In Frankrijk bijvoorbeeld vertegenwoordigt artrose bijna 2% van het gezondheidsbudget. We weten ook dat zo’n 10% van de artrosepatiënten geregeld een pauze moet inlassen op het werk, bij andere ziektes is dit slechts 2%.

De ziekte is dus verantwoordelijk voor arbeidsongeschiktheid, een significante daling van de levenskwaliteit en een groot verlies van de autonomie, vooral dan bij oudere patiënten.

Wie lijdt aan artrose?

Het aantal patiënten groeit jaar na jaar. Er wordt wel eens gesproken van een prevalentie van artrose. De twee factoren die hiervoor verantwoordelijk zijn: de toenemende levensverwachting enerzijds en overgewicht, wat een echte epidemie is geworden in de Westerse wereld, anderzijds. Het is bekend dat artrose samenhangt met obesitas en dit lijkt logisch. Een zwaarlijvige patiënt heeft namelijk veel meer kans op artrose op de gewrichten aangezien het belastend gewicht veel hoger ligt dan bij niet-zwaarlijvige mensen. De kans op vernietiging van het kraakbeen is dus veel significanter. Het onrechtstreekse bewijs: een verlies van 5 kg vermindert met 50% de kans op knieartrose.

Recente epidemiologische studies hebben aangetoond dat patiënten met overgewicht ook sneller met artrose te maken krijgen voor niet-dragende lichaamsdelen zoals bijvoorbeeld de handen.

Patiënten met overgewicht hebben meestal een hogere bloeddruk, hebben een glucose-intolerantie die diabetes bevordert, hebben teveel urinezuur wat jicht kan veroorzaken en hebben een te hoge cholesterol die atherosclerose (aderverkalking) kan genereren. Ze hebben last van wat tegenwoordig het metaboolsyndroom heet. Het is aangetoond dat patiënten van het metaboolsyndroom tot twee maal sneller last hebben van artrose in de vingers (een niet-dragend gewricht) en tot 8 keer meer lijden aan knieartrose (een dragend gewricht) dan mensen die niet aan het syndroom lijden.

We kunnen dus stellen dat patiënten met overgewicht niet enkel meer kans hebben op artrose door hun overgewicht, maar misschien vooral doordat ze dik zijn.

Het besef groeit dus hoe langer hoe meer dat het verminderen van het risico op hartfalen niet enkel nuttig is voor het hart en de bloedvaten, maar ook voor artrose. Het gebruikt van statine, een geneesmiddel tegen cholesterol, vermindert zelfs de schade aan het kraakbeen in de vingers.

Hoe vordert de ziekte?

Het is zoals de druppel die de emmer doet overlopen. Artrose kan heel lang niet voelbaar zijn voor de patiënt terwijl het op een radiografie wel al zichtbaar is. En op een dag, vaak volgend op een overbelasting van een gewricht (overgewicht, herhalende bewegingen op het werk of sport), is er een plotse pijnscheut! In rust doet het gewricht geen pijn, maar eens in beweging kan de pijn zo hevig zijn, dat men moet stoppen met wandelen, zoals bij artrose in de knie of heup. Om te voorkomen dat de pijn terugkeert moet men rekening houden met de hierboven beschreven risicofactoren.

Welke behandeling is mogelijk?

De behandeling van artrose is niet evident en verschilt van gewricht tot gewricht.

De aanpak kan met of zonder geneesmiddelen, maar er is geen enkele behandeling die artrose volledig behandelt. Er bestaan m.a.w. geen geneesmiddelen die de ontwikkeling van artrose kunnen tegenhouden.

Sinds een 15-tal jaren beweren bepaalde voedingssupplementen (sulfaat, glucosamine, chondroïtinesulfaat,…) het tegendeel, maar het bewijs is tot op vandaag niet 100% sluitend. Het is echter niet uitgesloten dat het kan helpen bij bepaalde patiënten.

We kunnen dus geen algemene positieve trend terugvinden bij het gebruik van deze voedingsmiddelen bij een bepaald soort artrose (knie, heup, wervelkolom,…). Alleen een betere kennis van de biologische eigenschappen van het osteoartritis kraakbeen kan ons helpen om nieuwe stoffen te ontwikkelen die het artroseproces kunnen stoppen. Bij de behandeling van de symptomen valt men dan ook vaak terug op de pijnstillers beschreven op pijnladder van de WHO, NSAID’s (ontstekingsremmende geneesmiddelen), Anti-COX2, steeds rekening houdend met de pro en contra’s per patiënt.

Glucosamine is beschikbaar als voedingssupplement of als geneesmiddel. Het geneesmiddel garandeert het gewenste therapeutische effect aangezien er, om geneesmiddel te mogen zijn, een strenge controle is op de hoeveelheid en de kwaliteit van de glucosamine.

De behandeling is beperkt in de tijd en is afhankelijk van de duur van de pijn. In bepaalde gevallen zal er geopteerd worden om viscosupplementatie te gebruiken. Eenvoudig gesteld is dit een soort smeermiddel dat in het gewricht geïnjecteerd wordt.

De preventie van de risicofactoren is echter van primordiaal belang, fysiotherapie is eerder heilzaam.

Pr. Michel G. Malaise
Afdeling Reumatologie
CHU en Universiteit van Luik

 

Bedankt aan www.sofiadis.com

Laatste dossiers





Pers